De wereldcup... Zelden schreef ik zo'n actueel verhaal als voor de kersverse bundel van Schrijvers voor Toekomst
En ja, mijn verhaal gaat over voetbal maar vooral over iets nóg belangrijkers: het klimaat 'helpen helpen'.
Eigenlijk gaan alle verhalen in deze hoopvolle bundel daarover. Lekker belangrijk! Vandaar ook het lesmateriaal en de gastlessen.
Vos, Mus en Mol staren naar de kalender op de Oude Eik.
Het lange woord past bijna niet op het blaadje:
WERELDKINDERBOEKENDAG
‘De lievelingsdag van mijn juf!’ jubelt Mus.
‘Nou, niet van mij,’ moppert Vos. ‘Ik ga echt niet de hele dag kinderboeken zitten lezen!’
‘Ik kan ze ook voorlezen,’ biedt Mol aan.
‘Kinderboeken moet je beleven!’ zingt Mus. ‘Kom mee, de wereld in! Het wilde woud door, de vuurtoren op, dwalen door de geheime tuin, even bij Violet langs, de boom in….’
Die avond zijn de vrienden pas heel laat bij de Oude Eik terug.
‘Misschien,’ fluistert Vos bekaf, ‘is kinderboekendag toch ook wel mijn lievelings…’
‘Welterusten!’
‘Drøm sød.’
Geluksdag!
Als ik leerlingen een geluksdag laat verzinnen, gaat die vaak over miljoenen en pretparken. Maar vandaag op 'De Springplank' ging het anders. Daan verzon deze Geluksdag:
‘Dat er een banaan en een mandarijn op de fruitschaal liggen. En dat ik dan de banaan kies en mijn vriend juist die mandarijn wou.’
Dat was het!
Wat een geluk.
En toen las ik nog een dagje voor uit: ‘Alle dagen samen’
(31 hele speciale dagen, met illustraties van Ruth Hengeveld!)
Vos, Mus en Mol staren naar het nieuwe kalenderblaadje.
‘Nou Mus, veel plezier vandaag!’ zegt Vos.
‘Doe je niet mee?’
‘Zeker de hele dag zitten zingen en klagen. Ik kijk wel uit!’ zegt Vos.
Mus draait zich naar Mol. ‘Ga jij mee?’
Mol schudt met zijn hele lijf. ‘Ik vind vrouwtjes een beetje ingewikkeld…’
‘Jammer.’ Mus slaat haar vleugels uit en vliegt het weiland over.
‘En Mus, hoe was je meidendag?’
‘Geweldig! Zo gelachen! Bokje springen, Ram-kammen, Stierenvechten, Haantje-de-voorste…’
‘Bok, Ram, Stier, Haan, waren die er allemaal?’ vraagt Vos verbaasd.
‘Tuurlijk! Vrouwendag is voor iedereen! En ze kunnen geweldig zingen! Blaten, Loeien, kraaien. Wat hebben jullie de hele dag gedaan?’
Mol buigt zijn kop en mompelt: ‘Alleen wat zitten klagen.’
Zwaaiend met zijn staart vraagt Vos: ‘Wanneer is het weer eens vrouwendag?’
Mus wijst met haar vleugel naar de kalender aan de boom. ‘We kunnen deze dag nog wel een dagje laten hangen.’
‘Goed plan!’ roept Vos. ‘Ik verheug me nu al op morgen!’
‘Ik ook. Denk ik,’ zegt Mol. ‘Als het maar niet te ingewikkeld wordt.’
‘Vrouwendag is heel simpel,’ zegt Mus. ‘Alleen een beetje klagen en zingen. Bon nuit, mannen!’
(illustratie Ruth Hengeveld, uit Alle dagen samen)
Toen ik in 2024 de Gouden Griffel had gewonnen hoopte mijn zoon dat ik zou worden uitgenodigd als kandidaat voor De slimste mens. Dat gebeurde gelukkig niet.
Afgelopen week stuurde hij me een appje: 'Zit je toch een beetje in De slimste mens!'
Het duurde even voor ik hem begreep en voor ik de juiste twee seconden terug vond. Daar stond ik!
Zanger René Karst dacht eerst aan 'De gouden veer' maar wist toen toch 'De gouden griffel' te verzilveren.
VOS EN MOL zitten al onder de Oude Eik als Mus langs de bosrand komt aanvliegen. Ze heeft een folder in haar snavel die ze vlak voor Mol laat neerdwarrelen. ‘Van juf gekregen. Om aan mijn vrienden te laten zien. Aan jullie dus!’
Mol leest de hele folder en zegt dan: ‘Ik ben niet zo Internationaal.’
Vos leest alleen de voorkant en schudt ook zijn hoofd. ‘Ik ben niet zo vrijwillig.’
Mus fladdert naar de onderste tak en piept: ‘Maar ontwikkeling is toch wel leuk?’
Vos knikt. ‘Ja, op zich wel. Maar duurzaam...’
Mus landt vlak naast Mol en fluistert: ‘Wat is duurzaam dan eigenlijk?’
Mol tuurt over het weiland en aait met zijn graafpoot over een dikke wortel van de Oude Eik. ‘Volgens mij iets van: Zó goed voor de aarde zorgen, dat ze nog heel lang meegaat.’
Vos springt op. ‘O, dat! Daar doe ik wel aan mee. Ik ben enorm vrijwillig! Misschien niet het hele jaar, maar wel zo veel mogelijk.’
‘Ik ook,’ zegt Mol. ‘Tenminste, als het maar een beetje in de buurt is…’
Mus slaat haar vleugels uit en vliegt jubelend langs de bosrand: Zóóó’n zin in dit nieuwe jáááár!
Sááámen krijg je alles voor elkááár’
Tien jaar geleden is het begonnen met een ACHTERSTEVORENDAG in mijn klas. Misschien wel mijn allerleukste schooldag want ik kwam iets op het spoor… Er volgden steeds meer bijzondere dagen en nu verschijnt er bij uitgeverij Lemniscaat een heel boek van vol.
Niet over een klas in een school, maar over Vos, Mus en Mol aan de bosrand. Met minstens even veel plezier. Dat kun je ook goed zien aan de heerlijke illustraties van Ruth Hengeveld die ik gelukkig ook op het spoor kwam.
Het enige probleem; jullie moeten nog even wachten... Op 5 maart is het namelijk pas IN-DE-WINKEL-DAG.
Bibliotheek Delft had me uitgenodigd een lezing te geven voor hun Taalvisite- en Vindplaats-vrijwilligers.
Een zaal vol aandachtige leesverleiders!
Ik wou dat ik er als kind zo een was tegengekomen. Het heeft best lang geduurd voordat ik mijn weg in de boeken vond. Maar het is gelukt:)
Zie hier mijn helden van Uitgeverij Lemniscaat.
De meedenker, de nalezer, de kommajager, de reclamemaker, de vormgever, de letterkenner, de praatjesmaker, de vertegenwoordiger, de uitgever, de besteller, de inpakker, de netwerker, de rekenaar, de volhouder, de wegdromer...
Schrijven doe je alleen, een boek maken doe je met z'n allen.
Dat is wel een feestje waard!
Zelden zo'n heerlijk schrijfboek (uit)gelezen. In korte hoofdstukken belicht Annet Huizing een bonte stoet aan thema's. Niet alleen treffend en persoonlijk, ook licht ontregelend. En juist dat maakt het zo'n fijne wegwijzer, want om je eigen weg te vinden moet je eerst flink verdwalen.
Een boek als een doosje bonbons. Niet alleen door de zorgvuldige vormgeving, vooral door het verheugen; straks mag ik weer een hoofdstukje. En dan niet kunnen stoppen. Al die smaken...
Meteen bij mijn cursisten aanbevolen. Ik kan wel inpakken.
Twee pistooltjes & een dakmus! Uitgeverij Lemniscaat
De truien van de Rotterdamse Loes gingen in een tentoonstelling de hele wereld over.
Zo ver reizen de truien van onze eigen tante Mies niet; zij vinden via het WIJcafé hun weg in de buurt.
Berichten van (voor)lezers zijn als cadeautjes; ze laten je glimmen.
Tijn schreef me dat hij, samen met zijn zoon, zeer genoten had van Het kleine heelal. Dat het verhaal bij hen allebei een diepere laag had geraakt.
Maar hij had ook een vraag: Of het wel allemaal verzonnen was.
Niet alleen de witte gevangenis aan het nabije Merwedekanaal kwam hij in het boek tegen, ook zijn criminele fitnessbaas Fred. Die Fred heeft in zijn kickboxschool een aquarium met twee schildpadden én woont zelf in een stacaravan op een camping...
Ik schreef Tijn: 'Dank voor je bericht, ik zit helemaal te glimmen. Dit verzin je niet! Toch gedaan: echt verzonnen.'
Een van de eerste opdrachten voor mijn schrijfcursisten was:
Ga -in gedachten- een middagje met je personage op stap om hem/haar te leren kennen. Waar gaan jullie heen? Ontdek hoe je personage praat en beweegt, waar hij/zij op let, zich over verbaasd, bang voor is, etc. Bedenk, bevraag, bekijk, noteer, schrijf uit, lees voor. Kortom: wees nieuwsgierig.
Ga er gerust nog eens samen op uit: 's Avonds, in de regen en zonder geld.
Onder een onbenullige wens kan een diep verlangen schuilgaan.
Dat is goud waard. Voor je verhaal.
Op mijn deeltijd-Pabo was er weinig aandacht voor kinderboeken.
Dat is nu wel anders; zie mijn kleine heelal eens glimmen tussen die twee juweeltjes.
Je zou nu maar Pabo-student zijn en moeten kiezen... Sterkte!
Kinderverhalen schrijven is niet voor watjes. Of misschien juist wel; het is een soort denkruimte-reis.
Maar hoe begin je daaraan en hoe kom je verder? Daar geef ik in maart een cursus over De VAK in Delft. En die VAK is ook precíes de plek waar 25 jaar geleden mijn eigen schrijfavontuur is begonnen. Met Benny Lindelauf als reisleider; wat een mazzel.
Nu ga ik zelf zo'n reisje uitzetten: inzoomen, oprekken, uitproberen, overdrijven en vooral...schatplukken. Ik verheug me nu al.
Verhalen spelen niet alleen op een plek, ook in een seizoen.
Ik blijk een voorkeur te hebben voor de herfst. Misschien omdat ik dan jarig ben. Of omdat de natuur dan zo zichtbaar transformeert; voor een hoofdpersoon gaat er ook (heel) wat veranderen.
Je hoeft geen uitgebreide beschrijving te geven; met een paar specifieke details belandt de lezer al in het laagseizoen: Net over de zandbak, schommels verwijderd en natte bladeren op de picknicktafel.
Nog even het begint te sneeuwen.
Ella, mijn overbuurmeisje, hield vandaag haar boekbespreking over Homme en noodgeval. En ze had mij meegenomen om iets over de schrijver te vertellen. Dat ging gelukkig goed.
'Als je iemand wil bereiken, doe het met zachte hand.'
Soms is er zo'n zinnetje dat zich in mijn hart nestelt. Zoals deze van Ayoub Kharkhach, een Nederlands-Marokkaanse theatermaker (in Trouw april 2024). Of eigenlijk van zijn moeder. Ik moet er de laatste tijd weer geregeld aan denken.